|
|
Zucht:
door Wilde Zijde
Ik lig in
bed in mijn kamer, vierhoog in een Brussels herenhuis, gelegen nabij
het Park, de rijkswacht en het Vlaams parlement. In de wandspiegel
boven de schoorsteenmantel zie ik het achterover gebogen
bovenlichaam van een knielende man. Hij staart omhoog naar een
bloedmooi naakt meisje, dat op hem neerkijkt. Haar nauwelijkse
borsten zijn stevig en gebruind als haar lichaam. Inktzwarte haren
krullen halverwege haar rug. Ze heeft haar armen hoog boven het
hoofd en richt met
beide handen een zwaard op zijn keel. Het is weerspiegeling van een
affiche die op de muur achter me hangt.
El Cid.
|
 |
Ik woon samen met
drie vrouwen. De eerste heeft het zich comfortabel gemaakt in de dubbele
zetel onder de schoorsteenmantel. Het rechterbeen heeft ze onder zich
geplooid, de voet rustend tegen linker bil. Het andere been heeft ze
opgetrokken, haar armen zijn gekruist over de knie. Blauw is haar blote
huid, blauw haar lichaam, blauw haar blinde ogen
|
De tweede woont
op de bovenste boekenplank. Louter romp oogt ze arrogant en majestueus. Ze
draagt een zwart niemendalletje Ik heb het raden naar haar borsten. Om
haar heupen heeft ze een rok, die vooraan kort en achteraan lang over de
plank afhangt. Ze is porselein en roze. Haar jukbeenderen en haar volle
lippen blozen. Haar wimpers zijn weelde. Zij wordt aan weerszijden omringd
door twee uitvergrote striptekeningen in een kader, waarin een vrouwelijk
figuur haar afgunst laat merken.. Links zien we haar in een diepe
uitgesneden kleed aan, dat de helft van haar borsten en een stukje van
haar tepels blootlaat.
«Bevalt ze jou?» vraagt ze me via het
tekstballonnetje. Rechts laat ze geen ruimte meer voor inspraak.
«Ze
moet verdwijnen», klinkt het kordaat.
|
 |
De derde is een
buste, zwart als de toren naast mijn bed waarop zij troont en die ik heb
gemaakt uit drie op elkaar gestapelde houten spoelen. Op haar kale hoofd
heeft ze een brede witte hoed met een uitvergroot Chinees letterteken. Ik
kijk op naar haar, naar de trotse curve van haar borsten.
‘s Nachts komt
ze tot leven, ‘s nachts komen ze alle drie tot leven. ‘s Nachts komen
ze met me vrijen. Ik hou van mijn drie metgezellinnen, maar toch zou ik ze
graag inruilen voor jou, moest jij tot leven komen, moest jij uit je foto
stappen, moest jij uit je kleren en in mijn leven stappen, moest jij in
mijn bed glippen, moest jij me tegen je aan trekken, boven op je trekken,
in je trekken, moest jij je met je lippen je armen je dijen je kut
verzamelen tot een wezen van liefde.
|
 |
Mail
Wilde Zijde
|