KRANTENWIJK. Het is
zomer, ik heb een krantenwijk. Drie weken lang breng ik de krant rond in
Den Haag. De Haagsche Courant. Als ik het tuinpad oploop van een van de
huizen in de laatste straat van mijn wijk zie ik haar staan achter het
raam. Een blonde, aantrekkelijke, wat rijpere vrouw, ergens in de dertig.
Haar aansteker in de aanslag om de filtersigaret die ze tussen haar lippen
heeft gestoken van vuur te voorzien. In een oogwenk zie ik haar
kortgeknipte, vuurrood gelakte nagels. Ze onderbreekt haar handeling als
ze me ziet en lacht naar me. Een verlangende lach, althans in mijn
perceptie. Ik lach verlegen terug en loop door om de krant in haar
brievenbus te steken.
| Een gleuf waar ik
een opgevouwen krant doorheen druk, het doet me ergens aan denken.
Ik kijk me omdraaiend meteen weer naar het raam, nog net op tijd om
het vuurpuntje van haar net aangestoken sigaret, waar ze aan zuigt,
te zien opgloeien. Wacht even tot ze de eerste rook uitblaast, dat
vind ik nou eenmaal een geil gezicht. Net als al die andere
handelingen die horen bij het roken en bij het opsteken van een
sigaret. Ze lacht nog eens naar me, ik knik verlegen lachend terug
en loop naar mijn fiets. Fantasieën borrelen op in mijn gedachten.
Ze beginnen er allemaal mee dat ze me wenkt en vervolgens naar de
deur loopt en die opent om me te vragen of ik zin heb in een
drankje. Maar dat doet ze jammer genoeg niet. Plompverloren
aanbellen om te polsen of ze soms ergens voor in is durf ik niet,
dus ga ik maar verder met mijn krantenwijk, alvast (dag)dromend hoe
ik dit de volgende dag ga aanpakken. |
 |
Aldus in opwindende gedachten
verzonken, en met een aardige stijve pik in mijn broek, vervolg ik mijn
route. Ik moet nogal plassen. Gelukkig weet ik dat er een poortje aankomt,
de doorgang naar een achteraf veldje, waar ik ongezien mijn behoefte kan
doen. Voor de onderdoorgang, in de straat, staan vier opgeschoten meiden
van een jaar of zestien. Ik heb ze van afstand al zien staan. Mooie,
brutale meiden. Twee blonde en twee donkere meiden, alle vier sexy
gekleed, met laarsjes, korte rokjes en kekke, korte, nappa-suede jasjes,
of hoe dat precies heten mag. Ze staan alle vier uitdagend te roken. Ik
probeer ze zoveel mogelijk stiekem te beloeren, voel de nodige beweging in
mijn broek. Aangekomen bij de poort zet ik -aangestaard door de vier
meisjes- mijn fiets in de onderdoorgang, loop door en om het hoekje kan ik
ongezien plassen. Dat lucht lekker op. Als ik terugloop blijken de meiden
me tegemoet te zijn gekomen. Ik wil langs ze heen lopen om mijn fiets te
pakken. Een van hen loopt 'per ongeluk expres' tegen me aan, geeft me met
haar schouder een flinke beuk. "Sorry", zeg ik in een reflex.
"Kan je niet uitkijken, lul?", zegt ze, "Ben je blind ofzo?"
Ik steek mijn handen omhoog om mijn volslagen onschuld te benadrukken en
zeg nogmaals, nu met nadruk: "sorry!"
"Hou je bek joh, klootzak!", zegt een van de andere meiden, ze
staan alle vier dreigend om me heen. Als ik mijn tegen de muur geparkeerde
fiets wil pakken om ervandoor te gaan wordt ik ruw door een van hen
beetgepakt. "Zullen we jou 's lekker te grazen nemen", hoor ik
haar zeggen. "In elkaar slaan!", roept een ander. Het zijn nogal
potige meiden. Ik word door twee van hen meegesleept naar het achteraf
veldje, terwijl een van de andere meiden zich ontfermt over mijn fiets met
de krantentas. Het veldje bestaat uit hoog opgroeiend, ongemaaid gras en
her en der kale plekken. Er ligt de nodige rotzooi. Kartonnen dozen,
stukken afvalhout, een paar ouwe rieten stoelen. Ik word tegen de grond
gekwakt. De stevigste en stoerste van het viertal zet haar belaarsde voet
op mijn borst en roept mij allerlei denigrerende opmerkingen toe. Ik kan
mij niet ontworstelen aan haar 'voetgreep' en zie haar gemeen lachend,
triomfantelijk een trek van haar sigaret nemen. Wat ze tegen me roept komt
er op neer dat ik zielig ben, een klootzak en een 'vieze geile
hoerenloper'. Het is een vreemde situatie. Ik voel een mengeling van angst
voor wat ze met me gaan doen en tegelijkertijd een soort van verdraaid
prettige opwinding. Na een tijdje beveelt ze me om overeind te komen en
tegen de muur te gaan staan. Even later sta ik met mijn polsen
vastgebonden aan twee haken boven mijn hoofd in de muur. Waar ze de
handboeien vandaan haalt, ik heb geen idee. Blijkbaar heeft ze die
standaard bij zich. De meiden vermaken zich met mij, beschimpen me. Ze
pakken allemaal een nieuwe sigaret uit het pakje dat een van hen aanbiedt.
Ik kijk met argusogen toe hoe de geefster de andere drie en tenslotte
zichzelf een vuurtje geeft. Luister naar het geil makende geluid van de
aansteker die ze aanknipt, kijk naar het dansende vlammetje en naar de
vuurpuntjes die opgloeien als ze aan hun sigaret zuigen. De sigaret koket
tussen hun vingers. Ze staan alledrie vlak voor me en blazen kirrend van
plezier beurtelings de rook van heel dichtbij in mijn gezicht. Keer op
keer. Ik voel me vernederd, maar het is een prettig gevoel. Het is ook
heerlijk om de smerige nicotinestank uit hun mond van dichtbij te ruiken.
Een voor een slaan ze hun as af op mijn tong die ik uit moet steken. Ze
dreigen met hun sigaretten, zeggen hardop wat ze er allemaal mee zouden
kunnen doen, ze klinken verlekkerd.
| Mijn god, wat windt mij dit op!
Tegelijkertijd ben ik er niet gerust op wat ze allemaal nog met me van
plan zijn. En het verontrust mij dat ik mijn krantenwijk niet op tijd kan
afmaken. Als ik daar maar geen klachten over krijg. Ik zie het
doemscenario al voor mij, dat ik morgen vanwege de vele klachten te horen
krijg dat ik mijn krantenwijk wel kan vergeten. Ik maak mij zeer ongerust.
Dan hoor ik een van de meiden zeggen: |
 |
"Zullen we z'n kranten in de
fik steken?"
"Ja, gaaf!"
"kicken", reageren de
anderen.
De kranten worden enthousiast uit mijn fietstas getrokken en voor
mijn neus stuk voor stuk in de fik gestoken. Ik zie metershoge vlammen van
de bundels papier afslaan.
"Zo, dat fikt lekker",
"jammer
hoor, dat al die mensen geen krant meer krijgen vandaag",
zijn zoal
de kreten van de quasi-bezorgde meiden. Een van hen komt dreigend voor me
staan, terwijl ze een brandende krant vlak voor mijn neus heen en weer
zwaait.
"Je bent toch niet bang voor vuur?", schreeuwt ze bijna
agressief. Ondanks de dreiging die er van het viertal uitgaat voel ik een
enorme erectie in mijn broek priemen. Plotseling voel ik een hand over de
bobbel in mijn broek bewegen.
"Hij wordt er godverdomme geil
van!", klinkt het vlak daarna.
"O ja, laat 's zien dan. Volgens
mij heeft-ie niks meer dan zo'n klein jongens pikkie!", roept een
ander. |
Voor ik het weet heeft de eerste mijn broek open geritst en steekt
mijn stijve lul uit de gulp. De meiden beginnen er beurtelings ruw aan te
trekken. Ik heb het niet meer. De brutale meiden, met hun geile koppen en
sexy kleding, de brandende kranten waar ze mee zwaaien, hun handen waarmee
ze mijn pik beroeren, ik word er bloedgeil van.
"Verkrachten!", roept er een, waarna een van de anderen
-wellustig bekeken door de rest- me ongelofelijk lekker begint te pijpen.
Intussen kijk ik naar de brandende kranten die inmiddels tussen de oude
stoelen en andere brandbare troep zijn gegooid. Ik zie metershoge vlammen
en een paar meiden die er verlekkerd naar staan te kijken, wat mij onwijs
opwindt. Hoe ik uiteindelijk klaarkom valt niet te omschrijven. Ik heb het
gevoel dat ik zo hard spuit dat het vuur in een keer uit moet doven.
Dan gaan de vier meiden er ineens vandoor, mij in totale ontreddering
achterlatend. Geen idee hoe ik hier ooit loskom en daarna naar huis. Laat
staan hoe ik dit uit moet leggen aan de baas van de bezorgdienst. |
JORIS |