|
vrouw-vrouw,
Je handen, je lijf. Het is goed, je te voelen. Zachte huid, warm, glad.
We staan noodgedwongen, rug aan rug dicht tegen elkaar. Het is geen
straf. Ik voel jouw achterkant tegen mijn achterkant. Onze handen hoog
boven ons hoofd, voelen steun aan elkaar. Af en toe wrijven we wat, als
teken van herkenning, als blijk van aandacht, als steun of gewoon omdat
het fijn is om aan te raken en aangeraakt te worden.
Dan wordt er folie om ons heen gewikkeld. Kop tot teen. De temperatuur
loopt op. Zweet gaat druipen. Er komen gaten op cruciale plekken, ademen
blijft een noodzaak. Staan wordt nog onhandiger. Minder
bewegingsvrijheid, we duwen en proberen iets te gaan verstaan.
Tevergeefs: er is geen ruimte. Het folie wikkelt en wikkelt, het wordt
heter en heter. Jij verontschuldigd je, voor wat? Alsof ik niet zweet.
We lachen samen, om de situatie, om onze onmacht, om wat we meemaken.
Onze afgesloten bel in de tijd en ruimte. Het voelt zo goed. Er is pijn,
er is frustratie, er is ongemak. Er is lust, er is genieten, er is lol.
Er is schrik, er is verrukking, er is begrip, er is warmte, er is samen.

Hoe dicht kun je bij iemand komen? Fysiek heel dichtbij, maar pas als
gelijkgestemde geesten elkaar vinden, vallen grenzen weg.
Ik ben blij dat ik het mag meemaken.
|
|