back to poezie
| D. | WOLVEN: De holle herrie van haar huilen hult mijn hoofd Het archetypische gezang slaat mij verdoofd Ik wilde vrij en ongebonden lijken Maar moet gespleetoogd in jou richting kijken. Ik dacht dat het gemak van alledag een zegen was die blijven mag Totdat in diepte van mijn ziel een kleinigheid me tegenviel: Het leven deze lange jaren en keer op keer genoeglijk paren Blijft toch een soort van eenzaamheid omdat een kind diep in mij schreit En dan kom ik een maatje tegen Die geiten redt op hoop van zegen en woorden spuwt door lef bevangen Die fietst en werkt en toch blijft drijven met man en kroost tesamen blijven ik ben in dienstbaarheid gevangen |
![]() |