|
Met eeuwige voeten slijp ik
kiezelstenen.
`K beween hun tijdelijke aard.
Angst is verdwenen
Mijn ziel ternauwernood gespaard.
Kdwaal nat in jouw ziel verscholen
geil door jouw hard bevel bevolen
Starend door m`n strop die snaart
Is het slechts mijn beest dat paart
Kweet niet beter dan door dichten
m`n sluier ietsje op te lichten
Jij en ik begraven schatten
Die nooit iemand hoeft te vatten.
Leg ik m`n hoofd teneinde neer
is dat alleen maar kwasi zeer.
Goed en wijds kan ik dit leven
alles geven. |