back to poezie

2002 

 Met eeuwige voeten slijp ik kiezelstenen.
 `K beween hun tijdelijke aard.
 Angst is verdwenen
 Mijn ziel ternauwernood gespaard.

 Kdwaal nat in jouw ziel verscholen
 geil door jouw hard bevel bevolen
 Starend door m`n strop die snaart
 Is het slechts mijn beest dat paart

 Kweet niet beter dan door dichten
 m`n sluier ietsje op te lichten
 Jij en ik begraven schatten
 Die nooit iemand hoeft te vatten.

 Leg ik m`n hoofd teneinde neer
 is dat alleen maar kwasi zeer.
 Goed en wijds kan ik dit leven
 alles geven.

D.