| Zeelust 2,
Mijn ontvangst is anders. Op mijn bellen ontsluit het hek zich zonder dat ik me woordelijk hoef te melden. De deur blijft dicht tot ik er daadwerkelijk voor sta. Er is niets te zien, geen mannen op hun knieën in de tuin deze keer, geen Heer die me welkom heet. Een klein raampje in de robuust houten deur, te klein om van buiten naar binnen te kijken, groot genoeg om van binnen naar buiten te kijken. Er is geen bel bij de deur zie ik en even vraag ik me af wat ik zou doen als er verder niets gebeurd. Gewoon maar netjes afwachten waarschijnlijk. Als de deur langzaam open gaat zie ik niets, alleen een lege hal, ik stap maar binnen. In twee seconden schieten allerlei scenario's door mijn hoofd en ik ben opgelucht als ik via de spiegel in de hal Meneer achter de deur zie staan. 'Spiegel' knikt hij als ik in zijn gezichtsveld kom en 'Hang je jas maar op'. Ik ben prettig zenuwachtig
gespannen. Mijn jas aan de kapstok. Een gewoon woonhuis, met jassen aan de
kapstok en afgetrapte schoenen eronder. Een ongewoon, magnifiek, prachtig
woonhuis, statig en oud, warm en indrukwekkend. De Heer des huizes is
doorgelopen. Ik weet de weg nu, kijk in het voorbij lopen nog even in de
spiegel, verhit gezicht. In de kamer zit Hij in een grote gemakkelijke
stoel en ik raak zijn arm, in het voorbij lopen, aan. Warme stevige mannen
arm. Ik blijf staan, totdat Hij me zegt, voor hem op de grond te gaan
zitten. Schoenen uit en ik zak op mijn knieën. Of ik nog spannende dingen
mee gemaakt heb de afgelopen week. Ik weet niet meer te verzinnen dan dat
ik een gat in mijn kous heb opgelopen vandaag. Wat me een tweede les in 'kousen-kunde'
oplevert: kousen koop je altijd met 2 paar tegelijk, want daar doe je 3
keer mee. Iets wat ik met mijn achtergrond toch zelf had moeten kunnen
verzinnen. Mijn eerste les kreeg ik van mijn lieve maatje in de strijd: je
hebt altijd een paar reserve kousen in je tas. Of ik mezelf vaak klaarvinger. Daar
heb ik wel een antwoord op. En vertel wat ik doe en hoe en hoe vaak. Ik
krijg wat tips. Dan biedt Meneer iets te drinken aan. Onder het weglopen,
om in te schenken, krijg ik de opdracht achterover op de grond te gaan
liggen en mezelf te vingeren. Ik doe wat me gevraagd word, maar het voelt
bizar. We praten weer. Ik verwonder me. Hoe is het als je simpel weg 'altijd geld genoeg hebt'. Ik probeer een plaatje in mijn hoofd te vormen. En Meneer helpt; Hij laat mij meer van zijn huis en zijn verzameling zien. Wonderbaarlijk. Ik heb er weinig affectie mee, maar ik begrijp wel dat ik heel bijzondere dingen zie. Voel me bevoorrecht en vereerd, het maakt me blij. Het plotselinge besef, dat ik hier half naakt en uit reactie klappertandend, rondloop, doet me glimlachen. Ik verzamel mooie, dierbare herinneringen. De mooie, trotse dame in de hal, de dames in het raamkozijn, het verstopte kunstwerkje achter het gordijn. Er is zoveel moois. Wonderlijke wereld. 'Je bent een novice' zegt hij mij, daarom word ik met mildheid behandeld, ik ben Hem er dankbaar voor. Bij afscheid krijg ik twee opdrachten mee: iedere dag verplicht mezelf klaarvingeren, met de nadruk op vingeren. En 'waarom' is een vraag die een slavin niet past. En Meneer verwacht mijn verslag, zoals de vorige keer. Buiten een wilde eend met maar een gezonde poot. De andere hangt er, ooit gebroken, bij. Het beest komt van stand in vlucht….. als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.
|
| Lekzicht,
Ik ken een lief sletje uit
Vroomshoop Het was in die kroeg daar Toen was er een dag dat noch de plaats, noch de tijd van een muurtje zorgvuldig
opgetrokken Ze kroop, ze kroop voor Hem zag haar maatje haar op die zondag god geef Hem de macht |
![]() |
| Zeelust 3,
Mijn ontvangst lijkt op vorige
week. De brug, het hek, de deur. Ontvangst in de hal. Ik ben, uiteraard,
weer gespannen. Mijn plek is wederom op de grond en als eerste is er warm
en dichtbij. Vasthouden en geruststelling. Praten over gebeurtenissen uit
de afgelopen week en over de schoonheid van kunst. Mijn zelfstandige
handelingen zijn meer beperkt. Bij het zoeken naar een boek dat vragen
oproept, mag ik niet meer mee zoeken. Mijn plaats blijft op de grond voor
de stoel. Mijn vruchtensap wordt me te drinken gegeven. Als het boek
gevonden is leest Hij stukjes voor en blijft mijn vraag onbeantwoord. Het
zal ongetwijfeld meer in de context zitten dan in de losse stukken. Waar
zit mijn angst? Ik heb angst voor dwang. Daadwerkelijke dwang. Mijn
vrijheid van gaan wordt bevestigd, deze vrijheid zal eenmalig zijn.
Eenmaal boven gaat mijn blouse en
rok uit. Mijn ogen worden geblinddoekt, mijn armen omhoog, mijn handen in
mijn nek en is er alleen nog maar geluid. Loopgeluid, aanraakgevoel, nog
meer loopgeluid. Uitkleedgeluiden en als ik gevraagd word dichterbij te
komen, stapje voor stapje, blind richting stem, voel ik alleen nog maar
blote huid.. Warme strelende handen. Ik mag gaan liggen. Woorden, eisen,
dwingende stem. Slaan, spugen, speeksel. Als ik lach, wordt ik afgestraft:
ik huil. Dwingende stem, warme geile handen en handelingen. Hij loopt weg, ik hoor water. Ik
lig onbewegelijk, kan nog steeds niet zien. Telefoon, gesprek, woorden. Ik
luister en lig onbewegelijk. Aankleedgeluiden, gesprek, woorden. Warme
hand op mijn dij, streling: welkome warme streling. Ik raap mezelf wat bij elkaar, warm
water, fris me op, kleed me aan.
|
![]() |
| Zeelust 4,
Mijn ontvangst begint een ritueel
te worden: brug, bel, hek, erf, deur, hal, vuist, jas ophangen. Als altijd
gespannen en onrustiger als voorgaande keren. Ik moet naar de wc., ik
twijfel: direct gaan of eerst naar binnenlopen. Ik besluit tot het
laatste. Ik mag niet, als ik zeg dat ik 'moet'. Een glas cassis, groot en
koud. Tuinmannen werken in de tuin, het is lekker fris regenachtig buiten.
Mijn plek is deze keer in de zijkamer met de boeken, op mijn knieën, kop
op de grond. Op mijn kleding geen aanmerkingen, het is mijn
'ongehoorzaamheid' van deze dag, die me straf oplevert, ik heb me niet
strikt aan Zijn opdracht gehouden. Wat doe ik hier? En ik weet heel zeker: ik kom niet meer terug. Maar...... waarom ga ik dan niet NU weg? Als ik zo zeker weet dat ik 'nooit meer terug zal komen', dan kan ik net zo goed NU weggaan! Waarom, waarom, waarom doe ik dat dan niet? Papier geritsel, telefoon, gesprek.
Ik probeer de chaos in mijn brein te ordenen. Tevergeefs. Hij is terug en
ik ben 'weg'. Ga maar naar de wc klinkt het. Ik sta op zonder op te
kijken, zet mijn drinken op het tafeltje en ga naar het toilet,
automatische handelingen, nauwgezet en precies zoals het hoort. Handen
wassen. Ik voel me verdoofd. In de hal wordt ik naar boven verwezen. Trap
op, Hij loopt achter me aan. Mijn plaatst op de grond tussen zijn benen.
'Knieën van elkaar, slavinnen sluiten nooit hun benen'. Ik gehoorzaam
automatisch. Er volgt weer straf. En dan breek ik: dit kan ik niet, dit is
niet wat ik mezelf wens, ik ben zo alleen en verdrietig. Ook als Hij me
zijn verrukkelijke troost biedt, kan hij me niet bereiken, ik ben alleen
en stuk en …… ik praat, dat ik zijn slavin niet kan zijn, dat ik dacht
van wel, maar dat ik het toch niet kan, dat het niet voor mij is. En Hij
luistert en biedt mij zijn zakdoek, schoon en keurig gevouwen, bruin en
zacht, troost. En hij luistert, als ik worstelend, in mijn eigen gedachten
en emoties, enige duidelijkheid tracht te scheppen. Mijn blauwe plekken
zitten me zo dwars, die wil ik niet. Hij luistert, vraagt me wat ik wel
wil. En als hij als veronderstelt dat ik inderdaad geen slavin wens te
zijn, weet ik ineens heel zeker dat hij dat helemaal fout zegt. Ik kruip opgelucht dichtbij hem en
Hij bijt venijnig in mijn oor. Honger. Wat wil je eten? Waar kan
ik uit kiezen? Dus geef ik aan wat ik niet eet. Wat ik niet drink? Ik
drink alles, alleen van 'gin' weet ik het niet zeker of ik dat ooit
geprobeerd heb. Opgefrist en naar Zijn regels gekleed mag ik mee. Mijn
kleding krijgt prioriteit, dat moet anders. In het restaurant voel ik me
ongemakkelijk. Maar ik geniet, inwendig lachend om die man, aan die andere
tafel, die niet weet waar hij kijken moet als ik langs loop. Ik voel me
hekserig lekker: kijk het mooie er maar niet vanaf sukkel. Terug gaat het hard. Letterlijk. Ik
geniet. Ik hou blijkbaar erg van hard? Het is een lekker gevoel in mijn
lijf. Achtbanen gaan hard, dit gaat ook hard. Het geeft een besef van
grenzen: als je hard gaat, ga je ook hard stuk. Het is lekker. De muziek
is dromerig, ik ben dromerig. Voel me goed, verrukkelijk, levend. Als dit
het is, is dit het. Ik ben er blij, gelukkig en tevreden mee. Eenmaal
terug grijpt Hij mijn supergevoelige tepels, in een reflex grijp ik zijn
hand. Er volgt een klinkende slag in mijn gezicht. |
![]() |
| Nachtmerrie ..........of
geile fantasie,
Ik vind mezelf terug op de grond. Knieën van elkaar, mijn kop ertussen. Mijn voorhoofd op het kleed. Ik voel niets, ik denk niets, ik ben niets. Ik mag blij zijn dat dit kleed mijn aanwezigheid verdragen kan. Anders waren er niets, dan de koude grote plavuizen. Lange tijd gebeurt er ook niets. Geen geluid, geen beweging, niets. Toch weet ik, dat ik niet alleen ben hier. Ik sluit me af. Als niemand me wil, als niemand mijn aanwezigheid verdragen kan, dan ben ik er ook niet. Oud mechanisme van zelfbescherming treedt inwerking. Niets of niemand kan me raken. Ik ben onverschillig en ervaar ook geen lichamelijke ongemakken. De Meester komt terug lopen. Zet zijn
voet vlak naast mijn hoofd. Minachting voor wat ik ben. Minachting voor wie ik
ben. Minachting voor mijn slaafse houding. Minachting voor mijn zijn. 'Sta op'.
Ik reageer direct en sta op. Het is me niet toegestaan Hem in de ogen te kijken.
Dus staar ik naar mijn blote roodgelakte tenen. 'Draai je om en kijk naar de deur' 'Slavinnen….. ze is van jullie' is het
enige wat ik nog hoor, voordat ik door handen, monden, tanden, voeten, klemmen,
zwepen, betast, aangeraakt, gepijnigd wordt. Het gaat hard. Veel te hard. Ik
weet dat ik er straks uit zal zien als een bokser, na een verloren
bokswedstrijd.
De Meester geeft aanwijzingen en opmerkingen, spoort zijn slavinnen aan. Geen
plek aan mijn lijf blijft onaangeraakt, onbetast of gaaf. Als ik kreun, of
verschrikt gil, is dat aanleiding om me nog harder aan te pakken. Mij te
bespotten en uit te lachen. Dan geeft Hij opdracht door te slaan tot er bloed te
zien is. Daarna geeft Hij zijn slavinnen opdracht te stoppen. Daar word ik wakker, badend in het zweet, door een koele hand op mijn voorhoofd. Bezorgde ogen kijken in de mijne 'gaat het wel, je ging te keer of je geslacht werd'. Ik mompel iets over een nachtmerrie en ben nog niet goed wakker als de vriendelijke stem me geruststellend laat weten 'ah, meid, kom op, de meeste dromen zijn bedrog!' waarna er dwingend wordt verder gepraat: 'je moet opschieten, de Meester gaat je zo voorstellen aan de andere slavinnen in opleiding….' |
![]() |
| Zeelust 5,
Mijn ontvangst is hartelijk, als de
deur open zwaait wordt ik warm begroet. Jas aan de kapstok, m'n tas zet ik
eronder. We lopen door naar de kamer. Genoeg. Hij trekt zich terug, gaat in zijn stoel zitten en ik mag zijn prachtig stijve harde pik schoonlikken. Ik zak op mijn knieën tussen zijn benen en kwijt me met overgave aan mijn taak. Ik proef mezelf en hem. Laat zijn pik diep in mijn mond glijden. Zuig en lik, om zijn eikel. Hij duwt mijn hoofd dieper dan diep over zijn pik. Ik kok. Ik wil niet kokken, ik weet als ik ontspan en slik kan het veel dieper en hoef ik niet te kokken. Ik krijg even tijd en ruimte om te proberen. Neem hem zo diep mogelijk in mijn mond en keel. Genietend van een sporadische merkbare reactie, ga ik door. Tot hij bepaalt dat het genoeg geweest is. Met spijt zie ik zijn prachtige erectie in zijn slip en achter zijn rits verdwijnen. We gaan je borsten eens mooi
opbinden. Er komen stukken touw en mijn borsten worden strak opgebonden.
Twee grotesk vooruit staande harde stijve super gevoelige borsten zijn het
blauw kloppende resultaat. Hij vindt het mooi. Ik vind het gevoel van mijn
handen op 'zijn' borsten, niets is meer van mij, lekker. Het opgebonden
gevoel is vreemd, het zicht is bizar. Een van de eenden duurt het te lang. Rammelend timmert hij met zijn snavel tegen de openslaande tuindeuren. Hij doet mijn rokje uit. Daar sta ik, kousen benen, bloesje, groteske boezem waar ik zelf niet meer omheen kan kijken. Met onrust in mijn hersenen. Hij loopt weg. Ik hoor het, inmiddels bekende, geluid van het uitschuivende rubberen rijzweepje. Heftige onrust in mijn hoofd. Het begint paniekerig te zingen in mijn brein: "alsjeblieft sla me niet blauw, alsjeblieft sla me niet blauw, alsjeblieft sla me niet blauw". De eerste slag is raak. Exact ter hoogte van een van mijn vorige blauwe plekken. De tweede treft doel. Mijn paniek is volledig. Ik steek mijn hand ervoor en een slag raakt mijn arm. 'HANDEN WEG!' grauwt hij, 'ik wil niet blauw!' jank ik klagerig, ik huil en ben totaal bang en al mijn vertrouwen kwijt…. Het is over. Hij maakt mijn borsten los. Trekt
mij mijn blouse weer aan en doet mijn rokje om. Kom bij me zegt hij. En ik
kruip warm tegen hem aan. Streel zijn warme lijf, zijn tepels raak ik aan. Of ik honger heb. HONGER? Honger……..? ik heb geen honger! Ik heb geen honger als er over afscheid gepraat wordt. Vaag herinner ik me, dat ik met mezelf had afgesproken, dat ik oesters en kreeft ging bestellen als Hij het zou vragen. Maar dat grapje lijkt nu totaal ongepast en ik ben zo in de war….. Wat ik wil, vraagt Hij. Vraag mij onder deze omstandigheden niet wat ik wil. Ik wil nu niets. Ik weet niets, ik ben niets, ik wil niets. Ik wil alleen zijn. Ik zeg dat, dat is wat ik straks ga doen. Ik ga even alleen zijn. Ik ben zo in de war. Het tij keert. Terug in de kamer, duwt hij me op
mijn knieën op de grond, zijn been vlak bij mijn hoofd. Ik streel als een
kat zijn been. Kopjes geven. Dan zegt hij: 'hier, opstaan, schoenen aan'. kitten. |
|
|
back to HeXX-page