Vreemd gaan door: Karel C.
|
Vreemd gaan kan iets
ongelooflijk positiefs hebben. Neem mijzelf. De afgelopen muziekweek ben ik niet
anders dan vreemd gegaan. Ik verkeerde nog lange tijd in een roes. Het was
fantastisch. Ik heb me uitgeleefd. Ontdekkingen gedaan. Mensen, muziekstukken en
dus mezelf beter leren kennen. Hevig en heftig. Thuisgekomen wachtte mijn
partner mij met plezier op. Haar ogen schitterden. Blij dat ik een week lang
intens heb kunnen genieten. Iets dat vrijelijk van me afstraalde. Onmogelijk het
haar in concreto over te dragen. Daar kan ze trouwens niets mee. Ze kan zich er
wel iets bij voorstellen en gunt het mij ten volle. In mijn enthousiasme leg ik
uit hoe bijzonder het is om het voor de eerste keer te doen. Bijvoorbeeld een
trio met onbekenden. Of een kwartet of gewoon samen met zijn tweeën. En dan nog
diezelfde dag vreemd gaan in een kwintet. Waar haalt een mens de energie vandaan? Intensief spelen en communiceren. Taal dus. Geestdrift. Een psychologische doorspoeling die slakken en sintels verwijdert. Die mensen opent voor indrukken en voor elkaar. Voor het nieuwe, het vreemde. Gezamenlijk proberen om dat te ontdekken, te snappen, open te leggen. Deur na deur. Geen platitude, maar wederzijdse interesse, wederzijds houvast. Geen eisen en bezit, maar nieuwschierigheid. Een positieve benadering van dit vreemdgaan kan bergen energie opleveren in plaats van verloren doen gaan. Stel je voor dat je dat negatief zou kwalificeren. Zo van: ‘Ja, maar dat hoort niet, dat wil ik niet, je blijft hier want je hoort bij mij’. Die opvatting komt vaak voor, met voorspelbare negatieve emoties. Nutteloze kapitaalvernietiging. Jerry Springer heeft er goud aan verdiend. Ik moet er niet aan denken. Het is niet gezond. |
|
©2003 KC. |
bron: amateurmuziekblad Akkoord,
geplaatst met instemming van de auteur.
Reakties aan de auteur: mail
back to HeXX-page