Claudel & Rodin
|
Omkering.
Schoksgewijze bevrijden mensen zich van
knellende banden. In het klein zoals kinderen zich ontwikkelen en in het groot
bij volwassenen. Elke doorbraak gaat gepaard met hobbels, weerstand en gevecht.
Is de barriere doorbroken dan stroomt nieuw leven uitbundig de opengelegde
polder in. Een gevoel van vrijheid, euforie, liefde, erotiek, seks. Alles in een
nieuw en onbedorven, onbegrensd perspectief. Een gift van het leven die steeds
opnieuw wordt ontdekt. Bloeiend leven op ruige steen. Elke winter weer. Maar wat
is geweest wil men ook behouden.. Gevat in regels, oordelen en musea. De "samenleving"
die weet hoe het hoort en hoe het moet, is afkerig van nieuws. Blijft op afstand
en roept al eeuwen superlatieven over pracht en schoonheid in museumzalen. En
dat is terecht. Camille Claudel was zijn leerling, model en minnares. Zij vierde met de jonge Rodin dit feest van het nieuwe leven, de nieuwe toekomst. Ook zij gaf daar als beeldhouwster zelf vorm aan. Ook zij hakte de maatschappij aan stukken tot er bijna levende mensen ontstonden. Mensen die elkaar in vrijheid beminden, om geen andere reden dan het leven en de liefde zelf. Aangeraakt door de staf van dit nieuwe leven maakte zij beelden zoals haar leermeester. Koppen, benen, armen, handen en lijven. Maar hoe anders ! Hoe onvergelijkelijk ! De koppen van haar mannen ademen haar liefde voor hen. Ademen de schoonheid die de vrouw in de man ziet. Niet hun maatschappelijke positie staat voorop. Vooral het kwetsbare kind in hen, de schoonheid van de ontluikende mannelijkheid, of de ontwikkelde man. De veelzeggendheid van hun oprechtheid in hun passie, hun overtuigingskracht. Uitdrukking. Emotie. Tragische figuren drukken bij Claudel geen lijden uit zoals bij Rodin. Maar smart. Dat is iets wezenlijk anders. Claudel, minnares, beeldhouwster en kunstenares, zat vol onbedaarlijk leven. Gelijkwaardig aan de man. Met de hunkering naar wederzijdse liefde en doorzetting van de gelijkwaardigheid. Werkend vanuit, en openlijke uitdrukking van diep gevoel. Daar was in de regels, oordelen en musea van die tijd nog geen ruimte voor. Wat Rodin kon en mocht was voor haar verboden. Dat wist ze niet echt maar daar kwam ze wel achter. Startend vanuit een ontvankelijke vrije geest, bevangen door vrije wederzijdse hartstocht, die mocht stromen en zich uiten. Waartoe achteraf gezien niet meer dan een klein tijdsgewricht de ruimte bood. Als vrouw in de 19e eeuw zo levend kun je daar alleen maar afgestompt of gek van worden. Claudel voelde kennelijk al lang tevoren aan dat zij alles en iedereen in haar leven zou verliezen: iedereen die in het openbarstende tijdsgewricht haar deelgenoten waren. Al haar vrienden. Haar meester en minnaar. Ook de jonge Debussy. Iedereen. Haar straf werd dertig jaar verblijf in een mensonterend gesticht. Een weggeworpen wegwerpartikel. Onder erbarmelijke omstandigheden rondde ze haar leven in 1943 af.
De jonge Rodin wilde haar huwen.
Rozengeur, maneschijn ? Ja en nee. Rond deze tijd maakte Camille Claudel een
veelzeggend vrouwengezicht. Een grote hoeveelheid uitdrukkingen is in dit
gezicht vormgegeven. Emotie van enerzijds een diepe lichamelijk en geestelijke
bevrediging. Volkomen rust. Vrede. Daarnaast de uitdrukking van smart die het
gevoel van vreugde in de schaduw plaatst. Een grote innerlijke kalmte in strijd
met de harde waarheid van het leven, dat op dat moment nog zo mooi scheen en nog
maar nauwelijks was begonnen, maar wellicht geen toekomst had. Wat Rodin niet kon maakte Camille Claudel. Op straffe van een wreed gesticht na het verliezen van de geliefde. Bestraft gevoel, bestrafte overgave. Overgave die wordt bestraft is wreed. Liefde ontluisterd. Van leven naar bederf. Natuur naar structuur. Een beweging die haaks staat op de omkering die Claudel bewerkstelligde: van vorm naar emotie. Van beeld naar beleving. Haar beleving. Rodin: verbeelding van schoonheid in leven. Claudel: leven als emotie verbeeld. De cirkel rond. Omkering. Marteling. Dood. Karel C. november 2003 |
|
©2003 KC. |
Reakties aan de auteur: mail
back to HeXX-page