 |
|
Nachtmerrie: door
Desire.
Ik vind mezelf terug op de grond.
Knieën van elkaar, mijn kop ertussen. Mijn voorhoofd op het kleed. Ik
voel niets, ik denk niets, ik ben niets. Ik mag blij zijn dat dit kleed
mijn aanwezigheid verdragen kan. Anders waren er niets, dan de koude grote
plavuizen. Lange tijd gebeurt er ook niets. Geen geluid, geen beweging,
niets. Toch weet ik, dat ik niet alleen ben hier. Ik sluit me af. Als
niemand me wil, als niemand mijn aanwezigheid verdragen kan, dan ben ik er
ook niet. Oud mechanisme van zelfbescherming treedt inwerking. Niets of
niemand kan me raken. Ik ben onverschillig en ervaar ook geen lichamelijke
ongemakken. |
De Meester komt terug lopen. Zet zijn
voet vlak naast mijn hoofd. Minachting voor wat ik ben. Minachting voor wie ik
ben. Minachting voor mijn slaafse houding. Minachting voor mijn zijn. 'Sta op'.
Ik reageer direct en sta op. Het is me niet toegestaan Hem in de ogen te kijken.
Dus staar ik naar mijn blote roodgelakte tenen.
'Jij kent je plaats niet slavin, dus ga ik je die nu tonen'.
Het is me niet toegestaan te spreken, dus knik ik slechts.
'Draai je om en kijk naar de deur'
Ik keer me en richt mijn ogen op de deur aan de andere kant van het vertrek. Ik
sta recht, gevoelloos en leeg in mijn jurkje op mijn blote voeten in het grote
kille vertrek. De Meester staat achter mij, ik voel en hoor zijn aanwezigheid.
De deur gaat open en de Meester praat: 'je gaat nu kennismaken met alle
slavinnen in opleiding die ik hier verzameld heb' In een rij komen de slavinnen
naar binnen lopen. Nieuwsgierig kwaadaardig gluren ze naar mij. Kijken,
beoordelen, wikken, wegen. Ik zie hun ogen gaan. Ze praten niet, reageren niet,
ze kijken alleen maar. De Meester noemt hun namen of nummer in volgorde van
binnenkomst. Ik kijk naar de vrouwen die binnen komen; ze zeggen me niets, ik
voel niets, geen afkeer, geen sympathie.
De meester blinddoekt me, trekt mijn jurkje uit, boeit mijn polsen strak tegen
elkaar en zet me met mijn handen boven mijn hoofd vast aan een ketting aan het
plafond.
'Slavinnen….. ze is van jullie' is het
enige wat ik nog hoor, voordat ik door handen, monden, tanden, voeten, klemmen,
zwepen, betast, aangeraakt, gepijnigd wordt. Het gaat hard. Veel te hard. Ik
weet dat ik er straks uit zal zien als een bokser, na een verloren bokswedstrijd.
De Meester geeft aanwijzingen en opmerkingen, spoort zijn slavinnen aan. Geen
plek aan mijn lijf blijft onaangeraakt, onbetast of gaaf. Als ik kreun, of
verschrikt gil, is dat aanleiding om me nog harder aan te pakken. Mij te
bespotten en uit te lachen. Dan geeft Hij opdracht door te slaan tot er bloed te
zien is. Daarna geeft Hij zijn slavinnen opdracht te stoppen.
Ik ben kapot, gebroken, fysiek en mentaal. Alles doet me zeer.
De Meester maakt me los, neemt mijn blinddoek af en spuugt me in mijn gezicht.
Heb je nu begrepen, wat je plaats is? Ik staar met gebogen hoofd naar mijn
blote roodgelakte tenen. Ik knik. Ik heb begrepen wat mijn plaats is ja.
Strompelend keer ik terug naar het kamertje met het matras.
Daar word ik wakker, badend in het zweet,
door een koele hand op mijn voorhoofd. Bezorgde ogen kijken in de mijne 'gaat
het wel, je ging te keer of je geslacht werd'. Ik mompel iets over een
nachtmerrie en ben nog niet goed wakker als de vriendelijke stem me
geruststellend laat weten 'ah, meid, kom op, de meeste dromen zijn bedrog!'
waarna ze dwingend verder praat. 'je moet opschieten, de Meester gaat je zo
voorstellen aan de andere slavinnen in opleiding….'
|