Stapje.
Je vertelde over jouw beklemmende onvermogen om iets of iemand te
vertrouwen. Helemaal waar het gaat om intimiteit en sex. Dat sex een weg
naar jezelf kan zijn begreep je wel maar voelde je niet. Dat komt veel
later misschien nog wel eens. We deden een klein spel. Jij geblinddoekt
en daardoor in het donker. Na enige tijd raakten onze vingers elkaar aan
en nodigde ik je uit een stapje te zetten. Dat lukte natuurlijk. Maar
ondertussen was het eerste stapje wel gezet. De kamer is warm en je bent
nog steeds geblinddoekt. Nu, na een paar van dergelijke spelletjes voel
je je helemaal niet (meer) ongemakkelijk. Inmiddels weet je wel dat jou
niets zal overkomen. In wezen ben je benieuwd. Je hoort de uitnodiging
om nu zelf op eigen kracht een stap te zetten. Hoewel het eng is lijkt
het je zeker makkelijk. Je wilt aan de vraag tegemoet komen. Maar nu
blijkt (zoals in een droom de ene sfeer ineens met een andere kan worden
verweven) dat deze stap alleen gezet mag worden als je kleren -alle- uit
zijn gedaan. Dat betekent dat je -omdat je geblinddoekt staat- je jezelf
dan naakter dan naakt zult voelen. Inmiddels heb je ook het besef dat er
interesse bestaat voor jouw uiterlijk en jouw sexualiteit, interesse in
jouw gevoelens, je behoefte aan intimiteit. Het stapje is ineens een
heel erg grote stap geworden. Alles in je verzet zich ogenblikkelijk. Je
wilt alles liever doen dan het zetten van dat ene rotstapje. Toch blijf
je staan. Je hebt niet voor niets de eerste stap al gezet. Je wordt
vooralsnog niet uitgekleed, en toch weet je dat je naakt zult moeten
zijn. Je staat als op een heel hoge berg, met alle duizelingwekkende
ruimte om je heen. Waar je zeker van denkt dat je er in te pletter zult
vallen. Maar je loopt niet weg. Je blijft nog steeds staan. Het is voor
jou nu niet meer de vraag of je naakt zult zijn: in de wetenschap van
alle koele ruimte om je hoofd, je armen, je rug en je borst. Je benen en
de ruimte daar tussen. Het is nu alleen nog de vraag hoe en wanneer. Je
zit helemaal vast. Maar aan jou wordt niet gevraagd je te forceren. Je
weet dat er niets tegen je wil zal gebeuren. Dat is spelregel 1 in deze
spelen. De blinddoek desoriënteert je, maar brengt je dichter bij je
andere zintuigen en je gevoel. Een weg naar jezelf. Er groeit
vertrouwen.
Drempel.
Weer een spel. Aan jou wordt gevraagd wat jouw drempel is. Stel je eens
een fysieke drempel voor. De belangrijkste die jou tegen houdt. Hoe ziet
die er uit? Verzin maar iets. Hoe werkt hij, wat doet hij, heeft hij
materie, geur, smaak ? Je bent van mening dat de drempel van dien aard
is dat hij ogenblikkelijk werkt. Hij is van hard materiaal dat de
eigenschap heeft om bij aanraking sneller dan het licht bezit te nemen
van al je spieren en zelfbewustzijn. Zelfs van je hele lichaam zodat je
niets meer voelt. Je verstijft er door. Steen in je hoofd, beton in je
buik. Je kunt niet eens meer je de warmte van je zachte vrouwelijkheid
gewaar worden. Het liefst sneed je die plek ook nog eens weg, als dat in
je vermogen lag. De drempel is verder doorzichtig. Hij lijkt er niet te
zijn, zodat jij het eigenlijk alleen maar zelf bent. Maar hij werkt
desastreus op je in, dus moet hij wel bestaan. Je denkt na over de vraag
hoe je die drempel kunt slechten. Wat voor plan moet je daarvoor maken?
Eigenlijk weet je tevoren van jezelf dat je hem niet zult kunnen
slechten. Je bent daar nooit toe in staat geweest en nu wel? Zijn er dan
geen andere manieren? Nee. De drempel is niet alleen hard en sterk en
niet te slechten maar ook heel erg hoog. Je kunt er niet overheen
klimmen anders had je dat immers al lang gedaan. Je denkt er verder over
na en besluit tot iets onmogelijks, maar wat wel een creatieve gedachte
is. Als het dan perse moet zou je er natuurlijk wel overheen kunnen
vliegen. Een goed plan, maar hoe uit te voeren. Wat is er nodig om te
kunnen vliegen? Je besluit tot een vliegtuig. Geen Boeiing 747 maar een
aardig, leuk uitziend, simpel, maar wel betrouwbaar vliegtuigje. Eén
motor is genoeg want je bent licht van postuur en bovendien maar in je
eentje. Wat voor brandstof gebruikt het vliegtuigje? Daar moet je over
nadenken en besluit dat het iets lekkers moet zijn. Wijn, port,
camembert, snoep, chocolade, vul het zelf maar in, wat is het bij jou?
In gedachten stel je voor dat je in dat bijzondere (jouw eigen !!)
vliegtuigje gaat zitten en omhoog vliegt. In rondjes omhoog. Net zo ver
als nodig is om over de drempel heen te kunnen kijken. Je vliegt hoger
en hoger maar het eind is nog niet in zicht. Je voelt je vrijer en de
wind wappert door je haren. Dan hang je een beetje over de rand van de
bestuurdersplaats en kijkt in de diepte die groter en groter wordt. De
aarde is kleiner geworden. Ook het beeld van waar je gestart bent, en
wie je daar benden op de grond was, is kleiner. Dan slaat de
verbijstering toe. Je kijkt je ogen uit je hoofd en kan het niet geloven.
Het kan gewoonweg niet waar zijn. Toch is er maar één conclusie
mogelijk. De geweldige drempel, naar de top waarvan je al een tijdje op
weg bent, blijkt weliswaar heel erg hoog te zijn, maar tegelijkertijd
niet meer dan een paar meter breed !! Pas vanuit de lucht valt je dit
op.
Verdwaasd vlieg je enige minuten door, want dit groteske idee kun je
eigenlijk niet bevatten. Toch is het zo. Al die jaren heb je je suf
gestaard naar de drempel. Naar zijn kracht en zijn onoverwinnelijke
uiterlijk. Maar nu blijkt dat je er domweg gewoon omheen had kunnen
lopen. Hem gewoon passeren. Op hetzelfde ogenblik van deze gedachte ben
je weer op de grond beland. Je stapt uit om het fenomeen aan een nader
onderzoek te onderwerpen. Inderdaad: je kunt gewoon om de drempel
heenlopen. Om het te bewijzen loop je een paar rondjes en bekijkt hem
van alle kanten. Het was dus weliswaar de drempel die keihard aanvoelde
en je verlamde, maar je was het ook zelf, die niet op de gedachte kwam
om er minder aandacht aan te besteden. De drempel lost als het ware op
in het niets. Zij het dat je even tijd nodig hebt om aan het
revolutionaire karakter van dit feit te wennen. Je denkt dat hij er
morgenvroeg weer in zijn oude glorie zal staan. Maar misschien zul je
nog een keer in het vliegtuigje stappen om er overheen proberen te
vliegen. Dat is deze keer niet gelukt. Maar later zal je het vanuit het
plezier doen om eens vrijelijk te kunnen vliegen en te onderzoeken waar
de top van de drempel nu eigenlijk ligt. Meer als een aardrijkskundig
feit. Niet meer vanuit angst en ongewis avontuur. Zonder pijn.
|
Spel.
De kamer is nog steeds donker en je doet je blinddoek af. Daar heb je
geen zin meer in. Overigens zie je nog steeds weinig, en dat wil je zo houden. Je doet
daarom vrijelijk gewoon je ogen dicht. Dat is beter dan een blinddoek.
Ja, je mag worden uitgekleed. Maar je doet het niet zelf. Zorgzame
handen, die je zelf niet voelt, ontdoen je van je schoenen, je kleren,
je bh en je broekje. Je haren los. Het blijft aangenaam warm. Je weet
dat er naar je gekeken wordt.
Er gebeurt niets. Je wordt ongeduldig. Er
gebeurt niets. Je voelt dat elke minuut het gevoel van je huid zich meer
en meer aan je opdringt. Je bent niet bang meer, helemaal niet, maar je
wordt gelogenstraft in het idee dat er nu van alles gaat gebeuren. Er
gebeurt niets. Niets sexueels. Hoewel je je pijnlijk bewust bent
geworden van je borsten en je tepels. Het voelt anders dan in je eigen
bad- of slaapkamer. Je benen en je buik voel je in de lucht prikkelen en
je bent je bewust van je geslacht, dat duidelijk zichtbaar moet zijn. Dat naar je gevoel duidelijk een lijntje naar de andere delen van je
lichaam blijkt te hebben, ook al wil je er geen aandacht aan schenken.
Gaandeweg dringen gevoelens en chaotische gedachten zich bij je op, als
wolken die zonder meer door je heentrekken.
|
 |
|
Het maakt je gevoelig, licht
en onzeker, hoewel je gewoon met je voeten op de grond staat. Daardoor
wordt je gaandeweg ook zekerder van jezelf. Weer word je gevraagd je arm
te strekken. Vingers voelen vingers. Heel direct, warm en contactvol.
Weer het spel van door het duister van de kamer geleid te worden zonder
ergens tegen aan te stoten en zonder te struikelen. Blote voeten over
aangename vloerbedekking. Je wordt met gesloten ogen door de ruimte
geleid. Je geeft je over aan de ongewisheid. Je beheerst dit parcours
zelf niet. Je vertrouwt me. Vertrouwt me volkomen. Geen reden voor
voorbehoud. Je ervaart de heerlijkheid om af te zien van je eigen wil
tot beheersing. Zelfs op dit kleine, minuscule, rare wandelingetje. Dat over laten vult je met een heerlijk gevoel, hoe klein het ook is,
het is veilig en je mag jezelf even laten drijven. Gewichtsloos. Dan sta
je weer stil het contact wordt verbroken.
|
|

|
|
Werkelijkheid.
Je voeten hebben gelopen en dat voel je. Je dijbenen gleden langs
elkaar, dat voel je. Je word je bewust van je kut, en je laat dat zo.
Drukt het niet weg. Je buik en je rug zijn warmer en je bloost, wat in
het donker niet te zien is. Dan de vraag of je mag worden aangeraakt. De
onverwachte vraag tintelt alle kanten op. Zowel in je lichaam als in je
hoofd. Je zegt -natuurlijk- "ja". Het blijft een poosje stil,
roerloos. Dan voel je een hand, die zich op je rug legt. Niet iets meer
dan dat. Hij blijft daar en je voelt hoe hij contact met je maakt. Een
hand tussen je schouderbladen. Na jaren niet anders aangeraakt te zijn
geweest dan op een nare of afstotende manier. Het lijkt alsof je lichaam
door een rietje wordt opgezogen naar deze plek. Je voelt het vanuit je
tenen, vanuit de spieren van je benen. De lijntjes vanuit je kut en je
buik, je borsten je armen en je schouders voel je, ook al zou je dat
nooit zeggen en je wilt het misschien niet eens helemaal bewust zijn.
Meer gebeurt er niet. Behalve dan dat je daarna in mijn armen komt, om
gewoon menselijk contact te maken, samen te zijn. Veiligheid, warmte en
aandacht. Soezerig geworden. Ik kus je en laat je merken dat het goed
is, en dat je weer je kleding aan kunt zodat je weer comfortabel kunt
zijn en je zo voelen. Terwijl je je bewust bent dat je je hebt latyen
zien. Geen abruptheid in afbreken, wel wat praten of iets anders
aangenaams. Bijna niets deze keer. Toch alles. |
Robert Nowan
|